De Groene Amsterdammer over Illmatic

De Groene Amsterdammer over Illmatic

Het is een mijlpaal in de hiphopgeschiedenis. De klassieker der klassiekers. Een monument. Illmatic, het debuut van Nas, uit 1994. Twintig jaar oud, en nog steeds een van de beste hiphopplaten ooit. Of misschien wel gewoon de beste. Een legendarisch album dus. Vanwege het twintigjarige jubileum is er opnieuw veel aandacht voor Nas en Illmatic. Zo kwam er een speciale editie van de plaat uit, geremasterd en met extra tracks zoals dat hoort, en ging Nas op tournee om zijn album integraal uit te voeren. Ook De Groene Amsterdammer wijdde een artikel aan Illmatic: twee pagina’s maar liefst, met een mooie foto erbij. Lovenswaardig, maar het is jammer dat de auteur door enkele feitelijke fouten zijn geloofwaardigheid grotendeels om zeep helpt.

Nu geef ik direct toe dat de fouten in het stuk weinig veranderen aan de algemene stelling van het artikel. Wie Nas (echte naam Nasir Jones) niet kent en als geïnteresseerde leek wel eens wat meer wil weten over Illmatic, leest over wat volgens de auteur de kracht is van de beste hiphopalbums: ‘het beste werk van hiphoppers gaat over henzelf.’ Dat was bij Nas het geval, die zijn leven in de projects van Queensbridge (New York) beschreef, maar ook bij Kendrick Lamar op zijn album good kid, m.A.A.d city (2012), of Eminem. Niet voor niets staat het artikel in het dubbeldikke zomernummer van De Groene Amsterdammer, dat gewijd is aan ‘het nieuwe-ik tijdperk.’ Wie echter wel met het werk van Nas en Lamar bekend is, zal zich juist storen aan de feitelijke fouten, en zich afvragen of de auteur eigenlijk wel naar de muziek geluisterd waar hij over schrijft. Het lijkt er niet op

Twee keer gaat de auteur de mist in met een citaat. Hij haalt het nummer Life’s a Bitch aan, om te illustreren hoe het hedonisme van Tony Montana uit de film Scarface door vele rappers als voorbeeld wordt gezien (dat is zo overigens), en schrijft daarbij de volgende quote toe aan Nas: ‘My mentality is money-orientated’. Maar, wat wil het geval, dit zegt Nas dus helemaal niet. Wel AZ, de enige rapper met een feature op Illmatic. (Met dank aan een collega die mij hierop wees.) Dat had iedereen kunnen horen die ook de moeite had genomen het nummer daadwerkelijk even op te zetten.
Vervolgens haalt de auteur een van de meest legendarisch quotes van Illmatic aan, waarover hij zelf schrijft dat het ‘een van de beroemdste zinnen van Nas’ is. Helemaal waar, maar citeer hem dan wel juist! In N.Y. State of Mind rapt Nas: ‘I never sleep, cause sleep is the cousin of death’. Wat maakt de auteur er van? ‘Sleep is the causin’ of dead’. Slaap als de oorzaak van de dood? Weer een misser, en wel een waaruit blijkt dat de schrijver er niet zo veel van begrepen heeft.

Dan is er nog een derde feitelijke onjuistheid. Behalve Nas noemt de auteur ook Kendrick Lamar. Deze rapper bracht in 2012 zijn major label-debuut good kid, m.A.A.d city uit, dat zeer positief ontvangen werd. Volgens de auteur is het ‘lang geleden dat een hiphopalbum zoveel impact had gehad.’ Wat was er zo goed aan dan? Ook Lamar beschrijft ‘zijn wereld, zijn leven, zichzelf.’ En dat leven speelt zich volgens de auteur af in New York. ‘Niet het New York uit de films, maar dat van hem’. Nu zou iedereen die good kid, m.A.A.d city meer dan een keertje oppervlakkig heeft geluisterd, of wel eens iets over Lamar heeft gelezen, ongetwijfeld vreemd opkijken. Want: Kendrick Lamar vertelt niet over zijn leven in New York, maar over Los Angeles! Het album gaat over opgroeien in de beruchte voorstad Compton. Er staat nota bene een nummer op dat Compton heet. Met een gastbijdrage van legende Dr. Dre, die met de groep N.W.A. het eveneens klassieke album Straight Outta Compton maakte. En dan lezen we in De Groene Amsterdammer dat Kendrick Lamar over New York vertelt…

Is dit nou erg? Ik vind van wel. Ik kan me niet voorstellen dat wanneer er in De Groene Amsterdammer een artikel had gestaan over een klassiek album van bijvoorbeeld Bruce Springsteen of Neil Young of een andere grootheid uit de rock, er vergelijkbare fouten in waren aangetroffen. Je krijgt het idee dat hiphop voor een deel van het muziekjournaille er een beetje bij wordt gedaan, maar nauwelijks serieus wordt genomen. Dat gevoel had ik zeker bij het lezen van de recensie in De Volkskrant over Lobi Da Basi, het nieuwe (en veelgeprezen) album van de Nederlandse rapper Typhoon. Veel lof van de auteur (niet dezelfde) voor Typhoon en zijn plaat (vijf sterren!), maar tevens deze haast absurde zin, waaruit weinig waardering voor het genre spreekt: ‘Dit is geen hiphopplaat die met wat beats en samples in elkaar is gezet, nee het is een knap gearrangeerd popalbum.’ En vervolgens dan schrijven dat dit weleens net zo’n klassieker kan worden als Binnenlandse Funk (1998) van Extince. Inderdaad, een hiphopplaat met ‘wat beats en samples’. Een dergelijke houding onder journalisten vormt blijkbaar geen belemmering om een artikel over een van de beroemdste hiphopalbums aller tijden produceren.

Naast de feitelijke fouten is er op het artikel over Nas in De Groene Amsterdammer inhoudelijk ook wat af te dingen. Bij de stelling dat een hiphopalbum geslaagd is als het over de rapper zelf gaat, kun je natuurlijk direct vraagtekens plaatsen. Geldt dit alleen voor hiphop, of voor alle muziek? Is in hiphop de rapper zelf bijna niet altijd de hoofdpersoon? En moet het ook nog waar zijn wat hij vertelt? Moet alles ‘echt’ zijn waarover ze rappen, of mag er een beetje fictie bij zitten? Wat moeten we dan met alle verhalen van rappers die claimen dat ze rijk zijn geworden door in het verleden drugs te verkopen, en nu niet meer weten wat ze met hun geld moeten (en dan maar in hun bontjas in te dure lelijke auto’s gaan rijden)?

Meer storend vind ik dat in het artikel Illmatic wordt teruggebracht tot louter tekst. Dat zie je wel vaker wanneer er serieus over popmuziek wordt geschreven: dan moet het over de teksten gaan. Alleen dan lijkt popmuziek hoge kunst te zijn, en is het net zo te benaderen als literatuur of poëzie. Nu zijn teksten niet onbelangrijk, en zeker niet in hiphop, maar het is niet het enige. Ook de voordracht is belangrijk (de flow in rap), hoe de tekst wordt gebracht, en de stem van de uitvoerende. Ook daarin verschilt hiphop niet van andere muziek. Het is ongetwijfeld vloeken in de kerk, maar ik hoor de nummers van Bob Dylan liever in de versie van The Byrds dan van Dylan zelf, hoe goed zijn teksten ook mogen zijn. Om maar een voorbeeld te noemen. En vergeet als laatste niet de muziek, de beats. Hierover lezen we niks, terwijl dit zo belangrijk is. Want Illmatic is ook zo beroemd geworden door de samenwerking met enkele van de meest gerespecteerde producers van de jaren negentig, zoals DJ Premier, Large Professor en Pete Rock. Oftewel: je kan nog zulke realistische teksten hebben over het leven in de grote stad, als je deze vervolgens met een irritante piepstem houterig brengt over krakkemikkige beats, zullen er weinig mensen naar willen luisteren.

Het stuk in De Groene Amsterdammer is een artikel geworden waarin geprobeerd wordt om Illmatic, Nas, Kendrick Lamar en hiphop intellectueel te duiden, maar waaruit verder weinig belangstelling voor de muziek naar voren komt. Niet alleen slordig dus, maar vooral erg jammer.

Reageren is niet mogelijk.