13 mei 1619: de executie van Johan van Oldenbarnevelt

13 mei 1619: de executie van Johan van Oldenbarnevelt

Zielig vond ik het. Die bejaarde man op het schavot, leunend op zijn stokje. Zijn bovenkleding had hij uit moeten doen, en ook zijn kraag had hij afgedaan, waardoor nog eens extra opviel hoe broos hij was en hoe dun zijn nek was geworden. De beul, op kleine beentjes en met een masker dat zijn onbetrouwbare blik niet kon verhullen, keek alsof hij niets liever deed dan iedere dag staatslieden het hoofd afslaan; het reusachtige zwaard leek een stuk kleiner in zijn enorme handen. En dan was er nog de treurende knecht, die voor de laatste keer zijn meester had bijstaan, en met diens hoed en kleding in zijn handen stond. De tranen liepen over zijn wangen. Toch had de oude man de kracht gevonden nog eenmaal het volk toe te spreken. Hij richtte zich tot het massaal toegestroomde publiek op het Binnenhof en sprak de beroemde woorden: ‘Mannen, geloof niet dat ik een landverrader ben; ik heb oprecht en vroom gehandeld als ’n goed patriot en zo zal ik sterven!’

Van nul tot nu executie Oldenbarnevelt
De executie van Johan van Oldenbarnevelt in Van nul tot nu. Deel 1, De vaderlandse geschiedenis tot 1648.

Aldus de executie van Johan van Oldenbarnevelt, op 13 mei 1619, volgens de strip Van nul tot nu. Waarschijnlijk ben ik niet de enige die met deze strips over de vaderlandse geschiedenis is opgegroeid, en bij wie bepaalde tekeningen nog altijd in het geheugen zitten. Over icoonbeelden gesproken! Van nul tot nu verscheen vanaf 1982 in de Donald Duck, en later kwam de strip uit in vier losse delen. Nog steeds worden de boeken herdrukt, en er kwam ook een nog een vijfde deel, over de geschiedenis van het dagelijks leven. Hele generaties moeten zijn opgegroeid met deze versie van de Nederlandse geschiedenis, die geen ‘muffe opsomming van feiten en jaartallen’ was, maar zich liet lezen ‘als een boeiend stripverhaal’. Nog steeds mag ik af en toe graag de strips inkijken, want het blijft erg leuk om te zien hoe Thom Roep (tekst) en Co Loerakker (tekeningen) een beeld geven van de Nederlandse geschiedenis. En vanwege de nostalgie natuurlijk.

Helaas zie je dan ook dat er in Van nul tot nu, hoewel nog steeds grappig, soms toch wat foutjes zitten. Vaak op detailniveau, dat wel. Neem bijvoorbeeld Oldenbarnevelts naam, in de strip consequent geschreven als ‘Van Oldenbarneveldt’, met ‘dt’ dus. Hoewel er in de zeventiende eeuw geen standaardspelling bestond en schrijvers toen ook maar deden waar ze zin in hadden (zo lijkt het), valt het toch op. Ook de tekening van executie klopt niet: er ligt een kussen voor Oldenbarnevelt klaar, waar hij op kan knielen. Maar als er iets juist niet was, dan was het een kussen! De executie was nogal gehaast geregeld, en er lag alleen een hoopje zand, om het bloed op te vangen. Maar goed, dat zijn inderdaad details, en de tekening als geheel weet de gebeurtenis toch aardig samen te vatten. En Oldenbarnevelts laatste woorden van zijn correct weergegeven, maar die behoren dan inmiddels ook tot de ‘canon’ van de Nederlandse geschiedenis.

Ridderzaal Binnenhof executie Oldebarnevelt 13 mei 1619
De Ridderzaal en het Binnenhof op 13 mei 1619.

Al direct na de executie in 1619 verschenen er tekeningen en prenten van de gebeurtenis, en ook in pamfletten werd er verslag gedaan. Er waren immers honderden ooggetuigen geweest, die hadden gadegeslagen hoe op een schavot dat tegen de Ridderzaal was aangebouwd een van de grootste Nederlandse staatslieden ooit (dat mag je achteraf best stellen) werd onthoofd. Sommige van de toeschouwers depten na afloop bloed op met hun zakdoeken, namen bebloed zand mee of probeerden stukken bebloed hout uit het schavot te snijden. Een mooi souvenirtje (of relikwie). Ook is er een ooggetuigenverslag van iemand die op het schavot aanwezig was: Jan Francken, de knecht die Oldenbarnevelt tot het laatste moment had bijgestaan. In zijn persoonlijke verslag beschrijft Francken de laatste maanden van Oldenbarnevelts leven, vanaf het moment dat de landsadvocaat in augustus 1618 in opdracht van de Staten-Generaal werd gearresteerd, zijn gevangenschap op het Binnenhof waar hij wachtte op zijn proces en veroordeling, tot aan de 13e mei 1619.

Van nul tot nu executie Oldenbarnevelt Maurits 13 mei 1619
Geen schuldbekentenis van Oldenbarnevelt, geen gratie van Maurits, aldus Van nul tot nu.

Francken beschrijft de zenuwslopende laatste minuten op het schavot, met een nerveuze Oldenbarnevelt, die met bevende handen zijn slaapmuts over zijn ogen trok, en eenmaal geknield bij het hoopje zand toch nog anders moest gaan zitten: anders had hij de zon in zijn gezicht (!). Toen ging het snel: slechts één slag had de beul nodig. ‘Mijn hart kromp ineen van pijn en afschuw’, zo schrijft Francken.

Pamflet executie Oldenbarnevelt 13 mei 1619
Het titelblad van een in Antwerpen gedrukt pamflet uit 1619, waarin verslag wordt gedaan van de executie.

Oldebarnevelts beroemde woorden worden door Francken als volgt weergegeven (in de moderne hertaling): ‘Mannen, geloof niet dat ik een landverrader ben. Ik heb altijd oprecht en vroom geleefd, als een goed patriot, en zo zal ik ook sterven – dat Jezus Christus mij moge leiden.’ In pamfletten uit 1619 zijn soms net wat andere versies te vinden. ‘Op het schavot comende, hoorde ick hem spreken int corte op dus-danighe manieren: Ick ben geen landt-verrader, maar een patriot’ aldus de auteur van het Verhael vanden doodt des advocaets van Hollandt, die de executie beschreef ‘alsoo ick ’t selve ghesien hebbe’. En hij zag dat Oldenbarnevelts handen inderdaad beefden toen hij de muts over zijn ogen trok. Een andere pamflettist schrijft dat Oldenbarnevelt ‘kloeck-moedigher sprack, heel weynich segghende, Ick sterve niet als een landt-verrader maer als een goet Patriot’. Weer iets anders zijn Oldenbarnevelts woorden in de handgeschreven aantekeningen bij een gedrukte versie van het vonnis. Volgens de onbekende auteur verklaarde Oldenbarnevelt ‘dat hi starf, niet als een verrader, maer een oprecht patriot van ’t vaderlant.’ In een Frans pamflet tenslotte, dat ook verslag deed van de executie, zegt Oldenbarnevelt ‘je ne meurs point en traistre, mais en support de la patrie’.

Pamflet executie Oldenbarnevelt 13 mei 1619
Aantekeningen op een pamflet uit 1619, over Oldenbarnevelts woorden op het schavot.

Kortom: weinig controverse over de (bijna) laatste woorden van Oldenbarnevelt – dat is wel eens anders, denk maar aan Willem van Oranje. Wat Oldenbarnevelt precies bedoelde toen hij zei dat hij geen landverrader maar een patriot was is echter wat onduidelijker. Historicus Ernst Kossmann zag het als een laatste provocatie aan het adres van stadhouder Maurits en de aanhangers van het Oranjehuis, omdat zij zich graag kwalificeerden als patriotten.

Van nul tot nu executie Oldenbarnevelt 13 mei 1619 Maurits
Oldenbarnevelt en Maurits in betere tijden.

Oldenbarnevelts executie was het sluitstuk van het conflict dat we nu kennen als de Bestandstwisten, de politiek-religieuze onrust tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) die de nog jonge Republiek aan de rand van een burgeroorlog had gebracht. Hierin waren Maurits en Oldenbarnevelt tegenover elkaar komen te staan, terwijl ze in het verleden juist zeer succesvol hadden samengewerkt. Uiteindelijk had Maurits een einde gemaakt aan de hoog opgelopen spanningen door zijn tegenstanders te arresteren en het bestuur te wijzigen van steden die niet op zijn hand waren. Dat alles om het vaderland te behoeden voor verder gevaar. Maurits’ medestanders waren dan ook patriotten die het beste met het vaderland voorhadden. Maar ook Oldenbarnevelt noemde zichzelf meermalen een patriot, en ook al voor 13 mei, bijvoorbeeld in diverse brieven. Naar mijn idee moeten Oldenbarnevelts woorden dan ook worden gezien als de laatste poging om zijn onschuld te bewijzen. Dat benadrukte hij ook in de afscheidsbrief aan zijn familieleden van 12 mei 1619, waarin hij het volgende schreef:

‘Ick ontfange op dese uuyre een zeer beswaerlicke ende droevige tijdinge, dat men mij out man voor alle mijne dienst het vaderlant zooveel jaren wel ende getrouwelijck gedaen hebbende, Zijne P[rinselijk]e Ex[cellen]tie met oprechte affectie zooveel jaren bij alle mogelicke goede offitiën (zooveel mijne ampten, diensten ende beroepingen hebben toegelaten) ootmoedigen dienst hebbe gedaen, vele luyden van alle soorten vrientschap ende nyemant (bij mijne wetenschap) verongelijct hebbende, mij moet prepareren als op morgen te sterven.’

Oldenbarnevelt was dus van mening dat hij zich altijd naar eer en geweten had ingespannen voor zowel het vaderland als de prins, en dat hij altijd naar het beste van zijn kunnen had gehandeld, en daarbij niemand had willen kwetsen of beschadigen. Voor hem stond zijn onschuld vast. Later zijn er studies gedaan of het proces en het vonnis wel rechtsgeldig waren, en nog steeds zijn er mensen die menen dat het hier niet om een gerechtelijke executie ging, maar om een moord, waarvoor excuses op zijn plaats zijn.

Zwaard executie Oldenbarnevelt 13 mei 1619
Het mogelijke zwaard waarmee Oldenbarnevelt zou zijn onthoofd (Rijksmuseum Amsterdam).

Oldenbarnevelts echt laatste woorden waren ‘Maak ’t kort , maak ’t kort!’. Tegen Jan Francken, die afscheid nam, of tegen de beul? Waarschijnlijk toch de beul, en die hield zich hier goed aan. Het ging zo vlug, ‘soo dat de justitie al ghedaen was smorghens voor half thienen’ aldus een anonieme pamflettist. Waarna de honderden toeschouwers, die getuige waren geweest van een historische 13e mei, weer naar huis konden.

Het bovenstaande is in belangrijke mate gebaseerd op mijn proefschrift: Ingmar Vroomen, Taal van de Republiek. Het gebruik van vaderlandretoriek in Nederlandse pamfletten, 1618-1672 (Erasmus Universiteit Rotterdam 2012) 106-109. Zie ook de literatuurverwijzingen aldaar voor de gebruikte pamfletten.
Franckens verslag: Jan Francken, Het einde van Johan van Oldenbarnevelt. Thomas Rosenboom (ed.) (tweede druk; Amsterdam 2005).
De brief van Oldenbarnevelt aan zijn familie is opgenomen in: Johan van Oldenbarnevelt, Bescheiden betreffende zijn staatkundig beleid en zijn familie 1570-1620 III, 1614-1620. A.J. Veenendaal (ed.) Rijks Geschiedkundige Publicatiën Grote Serie 121 (’s-Gravenhage 1967) 485-486 nr. 416. Hier te vinden in een online-versie.
Een korte introductie tot Johan van Oldenbarnevelt: Geert H. Janssen, Het stokje van Oldenbarnevelt (Hilversum 2001). Een stuk uitgebreider is: Jan den Tex, Oldenbarnevelt III, Bestand 1609-1619 (Haarlem 1966) (deel drie uit het vijfdelige standaardwerk).
Over Maurits, Oldenbarnevelt en de Bestandstwisten o.a.: A.Th. van Deursen, Maurits van Nassau, 1567-1625. De winnaar die faalde (vijfde druk; Amsterdam 2005); S. Groenveld, Het Twaalfjarig Bestand, 1609-1621. De jongelingsjaren van de Republiek der Verenigde Nederlanden (z.p. (Den Haag) 2009) en H.J.M. Nellen, Hugo de Groot. Een leven in strijd om de vrede 1583-1645 (Amsterdam 2007).
Kossmanns interpretatie van Oldenbarnevelts woorden: E.H. Kossmann, ‘In praise of the Dutch Republic: Some seventeenth-century attitudes’ in: Idem, Politieke theorie en geschiedenis. Verspreide opstellen en voordrachten (Amsterdam 1987) 161-175.

Reageren is niet mogelijk.