1989: nu ook voor de muzieksnob

1989: nu ook voor de muzieksnob

Het is waarschijnlijk een van de meest besproken albums van 2015: 1989 van Ryan Adams. De reden? Het is een integrale coverversie van 1989 van Taylor Swift, het meest succesvolle popalbum van de afgelopen jaren. Alleen al in de V.S. werden er meer dan 5 miljoen exemplaren van Swifts 1989 verkocht, en wereldwijd bijna 9 miljoen. Talloze bloggers, (muziek)journalisten, fans en haters hebben inmiddels al geprobeerd te achterhalen wat precies de bedoeling, en ook de betekenis, van Adams’ versie van 1989 is. Is het een publiciteitsstunt, ironie, een poging tot een flirt met Swift, of oprechte bewondering? Wat uit veel van deze stukken bleek, is dat er voor sommigen altijd nog een scheiding bestaat tussen ‘commercieel’ en ‘alternatief’, tussen wat je wel, en wat je niet hoort te luisteren. Dat Adams met zijn 1989 die scheiding heeft doorbroken, zorgt voor  verwarring bij de ‘serieuze muziekliefhebber’.

Ryan Adams, soms de ‘superster van de alternatieve country’ genoemd, maakt geen geheim van zijn bewondering voor Taylor Swift. Aanvankelijk werd dat niet heel serieus genomen. Toen Adams liet weten bezig te zijn met het opnemen van de nummers van Swifts 1989 werd het eerst niet geloofd – ook niet door Swift zelf. Daarna werd het gezien als een een ironische actie. Taylor Swift maakt volgens velen immers muziek voor (tiener)meisjes, en daar hoor je als volwassen man niet naar te luisteren. Zeker niet als je zoals Adams bekend staat als een ‘muzieknerd’, met een eigen analoge studio, een voorliefde voor zowel metal, punk als country en een klassiek album als Heartbreaker (2000) op je naam. Want hoeveel fans Taylor Swift ook mag hebben, en hoeveel albums ze ook heeft verkocht of hits ze heeft gescoord, voor bepaalde mensen is zij ‘not done’, omdát ze zo (commercieel) succesvol is. Als je haar toch goed vindt, moet je je er eigenlijk een beetje voor schamen, of een goed excuus hebben. Het Amerikaanse comedyprogramma Saturday Night Live maakte er een (best) grappige sketch over:

Maar 1989 was geen ironie van Adams, hij was bloedserieus, zoals al bleek toen hij de eerste fragmenten die via Twitter en Instagram liet horen. En ook in interviews benadrukte hij keer op keer dat hij echt zijn versie van 1989 aan het opnemen was, geïnspireerd door Bruce Springsteen en The Smiths. Hij was zeer onder de indruk van Swifts talent en kwaliteiten als songwriter (die bewondering is wederzijds).  In een recent interview met The Guardian vergeleek hij Swift zelfs met Shakespeare – dat gaat toch wat ver. Al binnen enkele weken had Adams het volledige album opgenomen, en 21 september verscheen de digitale versie. Adams speelde al enkele keren een paar nummers live, en ook daaruit bleek: hier was niets ironisch aan. Hieronder zijn albumversie van Bad Blood, waarschijnlijk de grootste hit van Swifts 1989 tot nu toe (de liveversie is van internet gehaald).

Nu is het spelen van covers waarschijnlijk even oud als de popmuziek. Lang was het heel gewoon om andermans materiaal te spelen. Pas in de jaren zestig werd het echt gebruikelijk dat artiesten hun eigen nummers schreven, en ook uitvoerden. Niks bijzonders dus, een cover spelen. De laatste jaren is de cover wel erg populair geworden, en meestal met een semi-ironische ondertoon. Artiesten spelen bewust een nummer dat helemaal niet binnen hun eigen stijl of genre past, om dit dan zogenaamd bloedserieus, maar altijd met een knipoog uit te voeren. Met akoestische gitaren een dance-track spelen, of singer-songwriters die zich aan een rapnummer wagen, dat soort dingen. De Wereld Draait Door had er zelfs een heel item omheen gebouwd (inclusief twee cd’s) , en ook Giel Beelen laat in zijn radioprogramma artiesten altijd een cover spelen uit de hitlijst (waarvan inmiddels ook al twee cd’s zijn verschenen). Dat heeft hij waarschijnlijk afgekeken van het BBC 1-programma Live Lounge, want daar doen ze dat ook al heel lang.

Twee clichés komen hierbij dan vaak om de hoek komt kijken: de ‘guilty pleasure’ en het ‘ideale popliedje’. Degenen die een dergelijke ironische cover spelen benadrukken dat het nummer misschien van een ‘foute’ artiest is, maar dat het ‘liedje’ zelf wel degelijk heel goed is. En dat liedje, daar gaat het om. Zo’n liedje is dan de ‘guilty pleasure’: je mag er eigenlijk niet naar luisteren – want commercieel of mainstream – maar je doet het stiekem toch – want ergens wel erg fijn. Als je alle effecten en franje die de hitproducers eroverheen hebben gelegd weet af te pellen en de kern van het nummer weet te bereiken, dan is zo’n guilty pleasure gewoon een heel goed nummer; dat moet dan duidelijk worden met zo’n akoestische cover. En misschien is dat liedje in zijn kern zelfs wel het ‘ideale popliedje’, het hoogste waarnaar je kunt streven – en de ideale manier om te legitimeren dat je naar die guilty pleasure luistert (zie hier weer DWDD en de bijhorende cd).        

Ook bij Adams’ 1989 werd op deze manier over de liedjes van Taylor Swift geschreven. Swift schrijft hele goede popliedjes, maar Ryan Adams weet pas echt tot de kern door te dringen, die Swift en haar producersteam hebben verborgen onder dikke lagen productietechnieken uit de computer. Want ook dat werd weer eens duidelijk: voor veel mensen is alleen muziek gemaakt met ‘echte instrumenten’ zoals gitaar en drums ook ‘echte muziek’. Het is dankzij Adams dat die nummers nu pas echt tot hun recht komen, en dat we er ook naar mogen luisteren. Hoewel niet altijd uitgesproken, was dat de mening die ook in de Nederlandse media terugkwam. Sterker nog: kranten en websites die geen aandacht besteedden aan 1989 van Taylor Swift , schreven wel over 1989 van Ryan Adams. NRC Handelsblad en de Volkskrant schreven over het album, en ook 3voor12 lichtte Adams’ 1989 uit, met de opmerking dat het in de versie van Swift een ‘fenomenaal popalbum’ was. Maar nooit over geschreven dus, en nu wel. Want: Ryan Adams is wel ‘credible’, niet mainstream en is eerder populair bij veertigjarige mannen dan bij meisjes van dertien. Ook Pitchfork, dé website voor muzieksnobs, die niet of nauwelijks over Swift schrijft, recenseerde wel Adams’ 1989. Om die vervolgens af te branden, want het blijft Pitchfork. Andere websites waren trouwens een stuk positiever, zoals A.V. Club (‘a melancholy masterpiece’) of Consequence of Sound.

Het is opmerkelijk dat er dus een coverversie door Ryan Adams voor nodig was om over een ‘fenomenaal popalbum’ of ‘knappe popplaat’ van een wereldster te schrijven. Blijkbaar zijn ook in 2015 de grenzen voor muziekjournalisten nog altijd zeer scherp afgebakend. Dat geldt net zo goed voor ‘serieuze muziekliefhebbers’, die bijna altijd hun neus ophalen voor alles wat in de hitlijsten staat, hoe graag ze ook benadrukken echte ‘omnivoren’ te zijn. En als je wel naar hitmuziek luistert, dan toch vooral om het ‘echt wel goede liedjes zijn hoor’. Het blijft wat ongemakkelijk, deze omgang met pop.

Pitchfork heeft overigens geen ongelijk als het stelt dat Adams’ 1989 een ‘odd album’ is. Zelf ben ik er ook nog niet uit wat ik er nu van vind. Sommige nummers, zoals Bad Blood, Out Of The Woods of All You Had to Do Was Stay, zijn heel geslaagd in Ryan Adams’ versie. Op andere momenten slaat zijn interpretatie wat minder aan. In ieder geval heeft hij er heel erg veel publiciteit door gekregen, veel meer dan met zijn eigen albums. Als dat de bedoeling was is 1989 zeker goed gelukt. Deze week komt  zijn 1989 uit op cd, begin december volgt vinylversie.

Overigens was Adams niet de eerste die een integrale herinterpretatie van 1989 opnam. De Amerikaanse muzikant en componist Tim Helisek maakte voor zijn serie Baby Rockstar ‘lullaby renditions’ van 1989: slaapliedjesversies voor baby’s. En daar hoor je dus helemaal niemand over.

Reageren is niet mogelijk.